De Nieuwe Muze 6-2026 interview tekst: Paul Janssen
Het muziekfestival Winteravonden aan de Amstel, dat zich van 12 tot en met 20 december afspeelt op diverse locaties in Amsterdam, begon in 2013 als een mooie droom. De Hermitage aan de Amstel vormde de thuisbasis, maar H’ART Museum Amsterdam wilde niet langer samenwerken met het Russisch georiënteerde festival. Sinds 2022 is er mede door de internationale situatie en vooral de Russische invasie in Oekraïne veel veranderd. Rusland is een woord geworden vol negatieve connotaties. Maar de Russisch-Nederlandse zangeres en artistiek leider Anna Azernikova wanhoopt niet en herdefinieerde het festival. ‘Ik wil de culturele dialoog faciliteren en de rijkdom laten horen van de diverse culturen die voorheen de Sovjet-Unie vormden. Dat vind ik waardevol. Zeker in deze tijd.’
Muzikale verhalen om nader tot elkaar te komen
Tijdens de veertiende editie van Winteravonden aan de Amstel staat de kennismaking met vaak weinig bekende muziek uit de voormalige Sovjetstaten centraal. Op diverse locaties in Amsterdam zoals De Waalse Kerk, Muziekgebouw aan ’t IJ en de Uilenburgersjoel vinden concerten plaats onder het thema Oostenwinden. Soprano en artistiek leider Anna Azernikova wil onder deze vlag de culturele rijkdom en diversiteit laten horen van de vele staten die voorheen onder de Sovjet-Unie vielen. ‘Er is zoveel mooie muziek en er zijn zoveel verschillende culturen die mensen hier helemaal niet kennen. Vaak wordt alles maar onder het label "Russisch" geschoven, maarde Georgische, Armeense, Oekraïense, Letse en Tataarse muziek is heel wat anders dan de Russische muziek.’
En dat wil Azernikova met deze editie van Winteravonden aan de Amstel graag duidelijk maken. ‘Voor mij is het eigenlijk heel logisch,’ vertelt ze. ‘Ik kom uit de Sovjet-Unie. Daar waren vijftien republieken en de muziek uit die landen was voor ons helemaal niet vreemd. Ik ben opgegroeid met Russische muziek, maar ook met Georgische en Armeense muziek en muziek uit de Baltische staten. Dat vanzelfsprekende bestaan van al die culturen naast elkaar is inmiddels allesbehalve vanzelfsprekend. Sinds de Sovjet-Unie uiteenviel, zijn die republieken zelfstandige staten geworden. En in veel van die landen bestaat een sterke behoefte om juist niet meer als onderdeel van een Russische of Sovjetwereld te worden gezien. Toen ik hier in Nederland op het conservatorium zat, warener studenten uit Azerbeidzjan, Armenië, Oekraïne, Wit-Rusland, Kazachstan. Buitenlanders zeiden vaak: dat zijn allemaal Russen. Maar dat zijn ze natuurlijk helemaal niet. Voor sommige mensen was dat zelfs beledigend; die landen waren net onafhankelijk geworden.’
Hoewel er veel veranderd is en er inmiddels veel bekend is, wil Azernikova de diversiteit van deze Oost-Europese en Centraal-Aziatische landen laten horen. Juist nu, in een tijd dat kunst, muziek bij kan dragen aan meer begrip van en verbinding tussen verschillende culturen. Daarom is er muziek uit Armenië en Georgië. Zijn er jonge Oekraïense musici. Is er aandacht voor de Baltische staten en voor Tataarse muziek. Met Zare staat er een zwijgende film op het programma uit het Armenië van 1926, live begeleid door musici van het cultureel zeer diverse Marmoucha Orchestra. Er is aandacht voor de jongste jeugd met een voorstelling rond Prokofjevs Peter en de Wolf en verteller Frank Groothof. En natuurlijk blijft er in het verlengde daarvan ook ruimte voor Russische muziek en voor grote Russische componisten. ‘Ik vind Russische muziek nog steeds ontzettend de moeite waard om te laten klinken,’ zegt ze; ‘Ook al vind ik het verschrikkelijk wat er nu gebeurt en sta ik absoluut niet achter wat Rusland doet.’
McDonalds
Anna Azernikova groeide op met Russische muziek. Haar vader zong altijd en droomde ervan restaurantzanger te worden. ‘Zover is het nooit gekomen. Hij is regisseur geworden, vooral van animatiefilms, maar hij zong als hij de kans kreeg wel in zijn eigen films. Zo gauw ik mijn stem kon gebruiken zong ik met hem mee. Ik herinner mij mooie boottochtjes over de rivier de Moskva waarbij we tweestemmig Russische volksliedjes zongen.’
Toch werd het in eerste instantie de piano die het pad effende naar een professionele carrière in de muziek. ‘In mijn kinderkamer stond een oude Blüthner piano, die na de Tweede Wereldoorlog uit Duitsland mee naar de Sovjet-Unie was genomen. Een zwaar en oud instrument, maar ik vond het fantastisch. Bovendien hadden we veel bladmuziek van mijn grootmoeder, die ik zelf nooit gekend heb, in huis. Werk van Tsjaikovski en meer Russisch repertoire. Ik wilde die wereld leren kennen en zo dichter bij mijn grootmoeder komen.’
Een gang naar de muziekschool leek een logische stap, maar haar moeder meende dat de kleine Anna geen muzikaal talent had en ook geen discipline om te oefenen. ‘Uiteindelijk mocht ik op les en er tijdens een kinderconcert bij vrienden was ook celliste Natalia Gutman, een huisvriendin van mijn ouders, aanwezig. Zij was onder de indruk van mijn spel en zei tegen mijn moeder dat ik talent had en er serieus werk van moest maken. Mijn moeder stribbelde tegen omdat ik nauwelijks oefende. Pas toen Natalia vertelde dat ze vroeger door haar moeder in de kelder met haarbeen aan een stoel vastgebonden werd om haar zo te dwingen te oefenen, ging mijn moeder overstagen en mocht ik naar de toenmalige Gnessin Muziekschool Moskou.’
Ze studeerde uiteindelijk aan het Tsjaikovski Conservatorium in Moskou af als koordirigent en begon een carrière als sopraan. Eind jaren negentig kwam vanuit Rusland naar Nederland om hier nooit meer weg te gaan. ‘Dat was een andere tijd’, zegt ze nu. ‘Na de val van de muur kwam voor het eerst de mogelijkheid om vrijwillig naar het buitenland te gaan. In de tijd van de Sovjet-Unie was dat onmogelijk. Dat vind ik ook zo moeilijk aan de huidige tijd. Ik heb de euforie van de nieuwe vrijheid meegemaakt. Het klinkt gek, maar toen ik in 2022 het bericht kreeg dat McDonalds in Moskou zijn deuren moest sluiten werd ik heel emotioneel. Ik heb als meisje dolgelukkig in de rij gestaan voor een hamburger toen McDonalds zijn eerste filiaal opende in Rusland. Niet vanwege de hamburger, maar vanwege het gevoel van vrijheid, van openheid. Het voelt nu alsof dat een droom was waaruit ik weer wakker geschud word.’
Historische uitvoeringspraktijk
Toch had het nieuwe Rusland van na 1990 ook een andere kant. ‘In de Sovjet-Unie was je na het voltooien van het conservatorium zeker van een baan. Toen ik afstudeerde was alles anders, moest je het zelf maar uitzoeken en kwam de vraag: wat nu? Ik was op het conservatorium aangestoken door de opkomende historische uitvoeringspraktijk en daar wilde ik graag meer van leren. Zo ben ik in Nederland terecht gekomen om verder te studeren. Ik was de Engelse taal machtig en Londen was te duur voor mij, dus de keus was snel gemaakt.’
Uiteindelijk is ze, zoals dat gaat, blijven hangen. ‘Tijdens mijn studie raakte ik geworteld in Nederland door werk en vrienden. In Rusland was het aan het begin van de eenentwintigste eeuw nog steeds erg moeilijk om van muziek te leven. Ik ben Nederland nog steeds dankbaar dat ik mijn beroep uit kan oefenen. In Rusland had ik waarschijnlijk een ander beroep moeten kiezen om in levensonderhoud te voorzien.’
Ondertussen kon ze ook in Nederland haar eigen culturele achtergrond niet loslaten. Vandaar dat ze in 2013 met Winteravonden aan de Amstel op de proppen kwam. ‘Het is ooit begonnen als een grote droom. In Moskou bezocht ik als kind het festival Decemberavonden van Sviatoslav Richter in het Poesjkin Museum. Mijn ouders vonden het belangrijk dat we veel concerten bezochten. Het festival van Richter was vrij exclusief en het was lastig kaartjes te krijgen, maar dat wist ik toen allemaal niet. Voor mij telde het fantastische programma dat Richter creëerde met de directeur van het Poesjkin Museum. Hij wilde de klassieke muziek uit de grote zalen halen. Deze concerten hadden meer weg van een salonconcert, waarbij mensen werden onderdompeld in kunst en muziek.’ Dat sprak Azernikova enorm aan.
‘Vanaf het moment dat ik in Nederland kwam, heb ik lopen fantaseren over zo’n soort festival. De Hermitage in Amsterdam leek mij een ideale locatie. Toen in 2013 de “vriendschap” tussen Nederland en Rusland gevierd werd, die in dat jaar al erg onder druk stond, leek mij dat een mooi moment om iets van cultureel belang toe te voegen en een muziekfestival te starten. Dat is gelukt. De reacties waren heel positief na het eerste festival. Ook de Hermitage was enthousiast. Daarom kon ik doorgaan.’
Helaas is er de afgelopen jaren enorm veel veranderd. Ook politiek. In eerste instantie interesseerde mij het idee van Richter om muziek in het museum te brengen en te verbinden met de beeldende kunst. De muziek was vaak van Russische componisten die niet zo bekend zijn. De grote Russische componisten zoals Tsjaikovski, Rimsky-Korsakov en Prokofiev kent men wel, maar er zijn veel componisten die buiten Rusland nauwelijks uitgevoerd worden. Die wilde ik voor het voetlicht brengen.’
Culturele dialoog
‘Vanaf 2022 werd de relatie tussen Europa en Rusland steeds slechter door de invasie in Oekraïne. Ik was in shock en mijn eerste gedachte was: het festival stopt hier. Dat kwam ook door de enorme schaamte die ik voelde, waardoor ik geen Russische muziek meer wilde voeren. Al snel maakte dat plaats voor het gevoel dat ik niet kon gaan zitten toekijken. Daarom besloot ik dat het festival door moest gaan, maar met een andere insteek. Ik vond het pijnlijk en niet terecht dat er steeds weer een oproep klonk tot een boycot van de Russische cultuur. Juist daardoor kreeg ik het gevoel weer terug dat ik de Russische cultuur met enige trots mag presenteren. Ik vond uiteindelijk dat componisten niet gestraft mogen worden voor daden waar ze niets mee te maken hebben.’
Tegen de klippen van de groeiende weerstand ging ze door. ‘In 2022 wilden vele media met mij spreken. De eerste vraag was steevast waarom ik Russische muziek programmeerde terwijl de Oekraïense minister van cultuur had opgeroepen de Russische muziek te boycotten. Toen ik in Moskou aan het conservatorium studeerde was Stravinsky verboden terrein. Dat haalde ik aan in mijn antwoord: waarom moet Stravinsky betalen voor internationale gebeurtenissen terwijl zijn werk jarenlang in Rusland verboden was. Ik ben met het festival verder gegaan met de wens een verbindingspunt te zijn dat langs culturele weg misschien iets kan betekenen in de moeizame relatie tussen Rusland, Oekraïne en ook Belarus. Misschien naïef, maar ik wil die culturele dialoog faciliteren. Dat vind ik waardevol te doen. Zeker in deze tijd. Daarom presenteer ik Russische, Oekraïense, Armeense en Georgische muziek nu naast elkaar. Er zijn zoveel verschillende culturen. Ik wil laten zien en horen hoeveel mooie muziek er is die hier bijna niemand kent.’
Traditioneel theehuis
Daarmee dient het festival niet alleen het publiek, maar ook de musici. Veel van de uitvoerenden die naar Amsterdam komen, hebben zelf een band met de landen waarvan ze de muziek spelen. ‘Ik zie bij die musici dezelfde behoefte die ik ook heb, de behoefte om muziek van je eigen culturele achtergrond te spelen. Om de schoonheid achter de soms harde werkelijkheid te laten horen en te delen.’
Wat dat aangaat draagt elk concert wel de kern van het complete festival in zich. Neem de concerten in de Uilenburgersjoel: op 12 december spelen de Georgische violist Igor Rakhadze, de Belarussische pianist Vital Stakhievitsj en de Nederlandse cellist Jeroen den Herder trio’s van Dmitri Sjostakovitsj en de Armeense componist Arno Babajanian. En op zaterdag 19 december presenteert eerst het Duo Mongzich, twee jonge Tataarse vrouwen die in Nederland wonen en een viool-pianoduo vormen. Het duo speelt naast twintigste-eeuws en hedendaags werk van Tataarse componisten als Rustem Yakhin, Lyaysan Abdullina en Almaz Monasypov ook volksmuziek uit de Tartaanse en Bashkircultuur. ‘Er is hier in Nederland een enorme Tataarse gemeenschap. Tatarstan is geen zelfstandig land – het is onderdeel van Rusland – maar het is wezenlijk heel andere cultuur.’ Tijdens het avondconcert die dag laten de Nederlandse cellist Lidy Blijdorp en haar van oorsprong Georgische collega Ketevan Roinischvili met andere musici samen werken hoor uit verschillende Oost-Europese tradities met een nadruk op de Georgische muzikale erfenis.
Een dag eerder, op 18 december, is de Uilenburgersjoel ook het decor van een element dat het streven naar verbinding moet onderstrepen. Daarom wordt het horecagedeelte van de sjoel rond het avondconcert ingericht als een chaikhana, het traditionele theehuis dat in Centraal-Azië en langs de oude Zijderoute een ontmoetingsplek was voor vele verschillende culturen. Mijn vader komt uit Oezbekistan. Hij was Joods, maar geboren en opgegroeid in de Oezbeekse hoofdstad Tasjkent. Ik kwam daar als kind met mijn vader in die theehuizen. Dat waren ontmoetingsplekken. Dat idee vind ik heel mooi en het sluit perfect aan bij het festival: cultuur is niet alleen iets waar je stil naar luistert in een concertzaal. Er moet ook ruimte zijn om elkaar te ontmoeten.
Het avondconcert sluit daarbij aan en is een mooie muzikale vertelling over een bijzondere ontmoeting. Pianist Daria van den Bercken en Abdelkader Benali brengen dan Ali & Nino, naar het boek uit 1937 van Kurban Said, tot leven. Een Oriëntaalse Romeo en Julia waarin de Azerbeidzjaanse Ali en de Georgische Nino elkaar vinden, met alle interculturele uitdagingen van dien.
Muzikale briefwisseling
Een van de meest opvallende namen op het programma is ongetwijfeld Alexander Melnikov. De Russische pianist, een goede vriend van Azernikova, speelt op zondag 13 december in het Muziekgebouw aan ’t IJ samen met cellist Alexander Rudin. Op het programma staan werken van Myaskovsky, Sjostakovitsj en Oestvolskaya. ‘Alexander Melnikov is al vaker te gast geweest, maar ik wilde hem al heel lang in het Muziekgebouw aan ’t IJ programmeren,’ zegt Azernikova. ‘Maar elk jaar stond daar al minstens één concert met hem geprogrammeerd. Daarom wilden ze hem niet nog een keer tijdens Winteravonden aan de Amstel hebben. Dit seizoen komt hij niet voor in de eigen programmering van het Muziekgebouw, dus dat was mijn kans. Bovendien speelt hij met Rudin het Grand Duo van Oestvolskaya, een werk dat zelden klinkt.’
Ook tijdens het Openingsconcert schuift een inmiddels grote naam aan met een bijzonder programma. Nadat jong talent eerder op de dag het publiek in de Waalse Kerk heeft opgewarmd, speelt zaterdagavond 12 december pianist Alexander Kashpurin samen met zijn Letse generatiegenoot Daumants Liepins delen uit The Correspondence van de Letse componist Georgs Pelēcis en de Russische Vladimir Martynov. Een bijzonder project dat zijn oorsprong vond in de laatste decennia van de twintigste eeuw.
‘In de jaren tachtig schreef ik ooit een brief aan Vladimir Martynov, een studiegenoot van het Conservatorium van Moskou,’ zo schrijft Georgs Pelēcis ter inleiding. ‘Ik voegde enkele maten muziek aan de brief toe om mijn gevoel van dat moment uit te drukken. Tot mijn verrassing ontving ik per post een antwoord dat eveneens een muziekfragment bevatte, met de toevoeging: "Jij bent aan zet."’ Zo ontstond een werk van ruim een uur waarin de twee componisten beurtelings reageren op elkaars werk.
‘Het is een muzikale briefwisseling,’ zegt Azernikova. ‘En dat heeft een bijzonder stuk opgeleverd, dat precies uitdrukt wat ik met het thema Oostenwinden wil: de verschillende culturen laten horen, maar ook de dialoog aangaan. In een tijd dat geografische grenzen, politieke tegenstellingen en culturele identiteiten steeds scherper worden, is het belangrijker dan ooit dat we naar elkaar luisteren en elkaar verhalen vertellen over onze achtergronden en culturele erfenis. Om zo uiteindelijk werkelijk nader tot elkaar te komen.’
